Wat is art deco?

Begin twintigste eeuw ontstond de art deco stijl. Een nieuwe internationale, stijlbeweging die van 1910 tot 1940 grote invloed had op de decoratieve en toegepaste kunst. Invloeden van deze beweging zijn terug te vinden in de kunstnijverheid, vormgeving en architectuur van die tijd. Of met andere woorden deze stijlbeweging is ook van grote invloed geweest op de vormgeving van producten van alledag, zoals gebruiksvoorwerpen, meubels, behang en kleding.

Art nouveau en art deco

Art deco was een reactie op zowel de Jugendstil-beweging uit Duitsland en Oostenrijk en de art nouveau beweging in België en Frankrijk. Beide bewegingen maakten uit van de stijlvernieuwing die in Europa tussen circa 1890 en 1910 plaatsvond. Asymmetrische, golvende lijnen in pasteltinten kenmerkten de art nouveau stijl. Er werd veel gebruik gemaakt van ornamenten en arabesken. De Jugendstil kwam vooral tot ontwikkeling in de kunstnijverheid en architectuur. Hier lag de nadruk op het werken met motieven uit de flora en fauna. De Japanse prentkunst vormde eveneens een inspiratiebron.  Met het intreden van de art deco stijl kwam de nadruk meer te liggen op strakheid en vormgeving. Het hoefde allemaal niet langer met de werkelijkheid te kloppen. Een van de belangrijkste punten waarop beide stijlen verschillen is de manier waarop ze technologie omarmen. Gestimuleerd door de maatschappelijke ontwikkelingen van die tijd is mechanisatie een factor van betekenis bij art deco. Bij art nouveau speelt dit nog geen rol. In de late jaren van de art nouveau en de beginperiode van de art deco tijd lopen de kenmerken van beide stromingen in elkaar over en zijn ze daardoor minder goed uit elkaar te houden.

Naamgeving

In 1925 werd tijdens de wereldtentoonstelling een grote expositie voor moderne decoratieve kunst gehouden, de “Exposition des Art décoratifs et Industriels modernes. Aan deze expositie is de naam art deco ontleend. Overigens werd art deco pas in de jaren zeventig een gevestigde naam voor deze stijlbeweging. De Amerikaanse kunsthistoricus Bevis Hillier organiseerde toen een tentoonstelling die hij de naam Art Deco gaf. Als verslag gaf hij een boek uit met de titel: The World of Art Deco.

art deco

Referenties

“Prachtige en kwalitief goede meubels! Ga vooral eens kijken in de winkel, meer dan 2500 m2 aan plezier en keuze mogelijkheid. Vriendelijk personeel en adequaat geholpen. Hier kom ik zeker nog een keer terug!” – Jeroen Bosch
“Voor de 2e maal meubelen gekocht bij Jan Frantzen. Deze keer maatwerk laten maken. Ik moet zeggen dat het wat lang duurde voordat er geleverd kon worden maar dan heb je ook wat. Goede producten voor een goede prijs en een zeer goede service van al het personeel. Chappeau! ” – Vincent

Ontstaansgeschiedenis

Eigenlijk bestond de art deco stijl uit een mengsel van verschillende stijl- en kunststromingen uit het begin van de twintigste eeuw. Het was een moderne stijl die het optimisme dat in de maatschappij ontstond na het beëindigen van de eerste wereldoorlog reflecteerde. De wereld veranderde in rap tempo. Onder invloed van de industrialisering en opkomende mechanisatie veranderde het leven. Auto’s, treinen en de eerste vliegtuigen zorgden ervoor dat reizen makkelijker werd. De belevingswereld van mensen werd groter. De luxe nam toe. Mensen kregen meer tijd en bezochten landen die ze nog niet kenden. Er werd afscheid genomen van het verleden. Ontwerpers speelden in op de nieuwe behoeften. Dit is terug te zien in de thema’s, het gebruik van geometrische figuren en overdadige versieringen. Zo zijn er invloeden terug te vinden van geometrische vormen van de Azteken, primitieve kunst uit Afrika en Japanse kunst. Kleuren en materialencombinaties kunnen zelfs herleid worden tot het graf van Toetanchamon in Egypte dat in 1922 ontdekt werd. Er werd ook teruggegrepen op de klassieke oudheid, de Franse Lodewijkstijlen en hoekige trappiramiden uit Midden- en Zuid-Amerika.  Bloemenmanden, rozen en zonmotieven werden gecombineerd met symmetrische meetkundige figuren en traditionele decoratieve elementen als dieren en figuren van jonge meisjes. De decoratieve elementen waren altijd gestileerd en hoekig en werden vaak gecombineerd met geometrische motieven als zigzagpatronen. De achterliggende gedachte van art deco is internationaal gezien hetzelfde. In verschillende landen hebben echter plaatselijke invloeden hun sporen achtergelaten in de verschijningsvorm. Hierdoor kent deze stijl veel variatie en specifieke elementen die per land kunnen verschillen. Vooral in de architectuur is dit goed te zien. Art deco werd al snel ingehaald door andere progressiever stijlen. Toch is de invloed van deze beweging tot op heden zichtbaar. In menig hedendaags interieur zijn kenmerken hiervan terug te vinden.

tafel

Belangrijkste kenmerken

De belangrijkste kenmerken van deze stroming zijn:

  • Strakke en eenvoudige vormgeving
  • Geometrische patronen
  • Abstract vormen
  • Fel, helder kleurgebruik: rood, zwart, zilver. Of juist hardgroen, oranje en turquoise.

De rechthoekige vormen zijn invloeden uit het kubisme en futurisme. Het felle kleurgebruik is uit het expressionisme gehaald. Als gevolg van de technologische ontwikkelingen deed in de jaren dertig van de twintigste eeuw de tl-buis haar intrede naast de gloeilamp. Deze nieuwe vorm van verlichting met haar rechte lijn past bijzonder goed bij de stijlkenmerken van art deco. De tl-buis werd daardoor een veelgebruikt object bij hangende en staand armaturen in die tijd.

Twee richtingen

Grofweg gezien zijn er twee richtingen binnen art deco te onderscheiden:

1. Een traditionele richting die vooral terugkijkt naar de achttiende en negentiende eeuw. Deze richting maakte gebruik van kostbare materialen, bijvoorbeeld exotische houtsoorten in combinatie met ivoor en bladgoud. Alles was tot in de kleinste details op elkaar afgestemd. Een van de bekendste interieurontwerpers van de traditionele richting is Jacques Emile Ruhlemann (1879-1933). Zijn meubelen kenmerken zich door het toepassen van dure materialen als ivoor en parelmoer en exotische houtsoorten. Een bekende glaskunstenaar en juwelier uit Parijs was René Lalique. Hij ontwierp zowel in art nouveau, als later in de art deco stijl. Bij zijn ontwerpen liet hij zich inspireren door vrouwen, libellen, pauwen en bloemen. Bekend is hij vooral geworden door zijn prachtige sieraden van halfedelstenen en email in combinatie met goud.

2. Aan de andere kant ontstaat op een gegeven moment een meer functionele, modernistische stroming. Door de hoeveelheid handwerk en het gebruik van kostbare materialen kunnen alleen welgestelden zich dergelijke producten veroorloven. De modernistische stroming maakt gebruik van nieuwe materialen, zoals aluminium, chroom en buisvormig staal en leg de nadruk op een machinale productiewijze. Hierdoor wordt een breder publiek bereikt. Eileen Gray, een van origine Ierse ontwerpster en architecte, is een bekend voorbeeld van deze stroming. Ze werkte samen met de beroemde Zwitsers-Franse architect en meubelontwerper Le Corbusier en ontwierp een groot aantal meubels voor een huis wat ze tussen 1926 en 1929 aan zee bouwde. Veel van haar meubels vervaardigde ze uit stalen buizen. Kenmerkend daarbij was dat de meubels veranderbaar waren, waardoor ze op een ruimtebesparende inzetbaar waren.

Architectuur

Voor de wereldtentoonstelling van 1925 in Parijs ontwierp de Franse architect Le Corbusier een opvallend en controversieel gebouw: het Pavilion de L’Esprit Nouveau. Het was een licht gebouw met een hoog plafond, functioneel ontworpen en om een boom heen gebouwd. Le Corbusier wilde af van de ‘decoratieve kunst’ en vond dat er een nieuw tijdperk was aangebroken. De naam die hij aan zijn project gaf, was veelzeggend: De Nieuwe Geest. Hij luidde daarmee het machinetijdperk in. Zijn breken met de tijdsgeest veroorzaakte een schandaal. Mensen schrokken van het praktische ontwerp zonder enige franje en vonden het meubilair saai en lelijk.

De belangrijkste invloed komt echter op het gebied van de architectuur niet uit Frankrijk, maar Amerika. Vooral aan de Amerikaanse Oostkust kwam de art deco tot bloei. Dit gebeurde wat later als in Europa en de stijlbeweging kende een ander invloedssfeer. Belangrijk was de arts & crafts beweging die haar wortels in Engeland had. Onder leiding van William Morris keerden zij zich tegen de industriële revolutie die in hun ogen het echte ambacht verdreven had. Handwerk, verantwoord materiaalgebruik en een logische constructie waren van belang. Vormgevers die vanuit Europa naar Amerika immigreerden waren daarnaast ook van invloed. Amerikaanse kunstenaars gaven de stijl een eigen karakter.

Het hoogtepunt van die vormgeving was het ontwerp van de wolkenkrabber. Opvallende wolkenkrabbers in diverse Amerikaanse steden met spitse torens, getrapte opstanden en rijkelijk versierd met geometrische elementen stammen uit deze periode. Het Chrysler Building Center in New York is misschien wel het bekendste voorbeeld van art deco architectuur. Vrijwel iedere stad in Amerika heeft wel een kenmerkend gebouw dat uit deze periode stamt. Al deze gebouwen hebben een ding gemeen: ze vallen op door hun imposante lijnenspel. Niet alleen internationaal gezien, maar ook binnen de architectuur is goed te zien dat de verschijningsvormen van art deco kunnen variëren door plaatselijke invloeden, of andere stromingen. In Nederland wordt art deco bijvoorbeeld vaak gecombineerd met de stijl van de Amsterdamse school. Een voorbeeld hiervan is Theater Tuschinski in Amsterdam.

Schilderkunst

Belangrijke schilders in die periode waren: Pablo Picasso, Robert en Sonia Delaunay, Ferdinand Léger, Henry Matisse, Juan Miró, Raoul Dufy en Tamara De Lempicka.
Het werk van Tamara De Lempicka is een goed voorbeeld van de tijdsgeest. Niet alleen omdat ze haar eigen stijl had, waarin ze modellen gedetailleerd portretteerde, maar ze werkte ook met gestileerde vormen die glad afgewerkt werden. De schilderijen toonden het gegoede leven van de elite in de jaren twintig. Haar schilderijen geven een levendige indruk.  Het lijkt alsof de mensen in en uit het schilderij lopen. Verder werkt ze veel met licht en past contrasten toe.

Affichekunst

Door de industrialisering (in dit geval de ontwikkeling van lithografie) en het ontstaan van een stedelijke cultuur met zaken als theaters, kwam een nieuwe kunstvorm op: de Affichekunst. Een aantal affiche-ontwerpen uit die tijd (Toulouse-Lautrex en Mucha) spreken zo tot de verbeelding dat ze nog steeds worden verkocht. Dit geldt bijvoorbeeld voor affiches van de Belgische ontwerper Paul Colin en de Franse ontwerper Adolphe Jean-Marie Mouron. De laatste is vooral bekend onder zijn pseudoniem: Cassandre.
Mouron werkte in Parijs als grafisch vormgever en ontwierp affiches voor Franse en buitenlandse bedrijven. Deze hadden bijvoorbeeld reizen per trein of luxe schip als thema. Verder maakte hij ook affiches in ‘jazz-stijl’ voor optredens van bekende jazzmuzikanten. Een affiche dat u wellicht wel eens voorbij heeft zien komen is Etoile du Nord (over de treinverbinding tussen Amsterdam en Parijs). Beroemd is hij echter geworden door zijn werk voor de Stoomvaart Maatschappij Zeeland en de Holland-Amerika lijn.
Zijn stijl is zeer suggestief, sterk gestileerd en robuust. Als typograaf en letterontwerper ontwierp hij zelf lettertypes. Hij heeft onder meer het woordmerk voor de huisstijl van het Parijse modehuis Yves Saint Laurent ontworpen.

Art deco meubels in Nederland

Net zoals dit internationaal het geval was, kende de art deco beweging in Nederland ook vele gezichten. De belangrijkste twee varianten waren: de Amsterdamse school en de Nieuwe Haagse school. De Amsterdamse school hield zich vooral bezig met architectuur en meubelontwerp. Bekende vertegenwoordigers van de Amsterdamse school zijn: Michel de Klerk (1884-1923), Piet Kramer (1881-1961) en Hildo Krop (1884-1970). De Klerk wordt altijd gezien als een van de belangrijkste architecten van de Amsterdamse School, maar heeft daarnaast ook meubilair en interieurs ontworpen. Ook Hildo Krop ontwierp meubels. Beide deden dit voor onder andere ’t Woonhuys, een Amsterdamse meubelfirma die nauw verbonden was met het ontstaan van de Amsterdamse school. De meubels waren exclusief, uitbundig qua vormen, excentriek en combineerden dat met comfort en gevoel voor status.
De ontwerpers van de zogenaamde Nieuwe Haagse school vormden de zakelijke, functionele richting in de art-decobeweging. De meubels die zij maakten werden in de jaren twintig en dertig als erg modern en luxueus gezien. Kenmerkend waren de rechte en kubistische vormen van de meubels. Functionaliteit was belangrijker dan de vorm. Ze gebruikten voornamelijk inheemse houtsoorten als eiken en essen. De meubels werden op industriële wijze geproduceerd en werden duidelijk voor een welvarende klantenkring gemaakt. U kunt hierbij denken aan robuuste buffetten en bureaus. Belangrijke namen waren: Cornelis Louis Alons (1892-1967), Frits Spanjaard (1889-1978), Jan Wils (1891-1972) en Hendrik Wouda (1885-1946).

Hedendaagse interieur

Wilt u art deco combineren met een hedendaags interieur? Allereerst: opvallen mag, maar het is niet meer zo frivool als vroeger. Wanneer u kiest voor strakke houten meubels en deze combineert met bijvoorbeeld een luxe glimmende kast of salontafel en een vloerkleed of behang met geometrische patronen dan bent u al goed op weg. Geometrische vormen komen tegenwoordig terug in lampen, vloerkleden en kussens en brengen net dat beetje extra’s in een ruimte zonder dat het te uitbundig wordt. Gecombineerd met luxe natuurlijke materialen zoals marmer of glanzende stoffen en typische art deco kleuren als groen, paars en goud en opvallende spiegels in speciale vormen creëert u al snel een evenwichtige combinatie tussen modern en klassiek. Subtiel is deze woonstijl niet. De meubels hebben over het algemeen een massieve uitstraling. De kasten en sofa’s staan laag bij de grond en er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van donkere houtsoorten. Vanwege de luxe uitstraling worden stoelen meestal bekleed met leder.